Wetgeving en regels
Wat zegt het Arbobesluit precies over de keuringsplicht voor hijs- en hefgereedschap?
Het Arbobesluit is op dit punt kort en helder: hijs- en hefgereedschap moet ten minste eenmaal per jaar worden gekeurd. Die ene zin bepaalt hoe je je materieel registreert, hoe je je planning inricht en wat je moet kunnen laten zien als er iets misgaat. Dit artikel legt de regel uit en vertaalt hem naar de administratie die erbij hoort.
De regel zelf: ten minste eenmaal per jaar
Het Arbobesluit schrijft voor dat hijs- en hefgereedschap ten minste eenmaal per jaar wordt gekeurd. Het woord dat er in de praktijk toe doet, is "ten minste". De jaarlijkse keuring is een ondergrens, geen streefwaarde en zeker geen bovengrens.
Gebruik je een hijsband dagelijks in een omgeving met scherpe randen, hitte of chemicaliën, dan is één keuring per jaar niet automatisch voldoende. Je risico-inventarisatie en -evaluatie is de plek waar je dat afweegt en waar je opschrijft waarom je voor een kortere termijn kiest. Elke werkgever moet zo'n RI&E hebben, met een plan van aanpak erbij.
Wat "gekeurd" in dit verband betekent
Een keuring is meer dan een blik erop. Het is een beoordeling door iemand die daarvoor deskundig is, met een uitkomst die je kunt teruglezen: goedgekeurd, goedgekeurd met opmerkingen of afgekeurd. Zonder vastgelegde uitkomst is de keuring administratief niet gebeurd, hoe zorgvuldig de beoordeling ook was.
Die keuring staat los van de dagelijkse controle door de gebruiker zelf. De machinist of de monteur die een hijsband voor gebruik nakijkt op inkepingen, knopen of verkleuring, doet iets anders dan de jaarlijkse keuring. Beide zijn nodig en alleen de tweede levert een document op.
Wat valt er allemaal onder
Bedrijven denken bij hijs- en hefgereedschap vaak eerst aan de kraan en vergeten de rest. In de praktijk gaat het om een brede verzameling middelen die samen de last dragen.
- hijsbanden, rondstroppen en staalkabelstroppen;
- kettingwerk, kettingtakels, hand- en elektrische takels;
- hijshaken, sluitingen, harpsluitingen, wartels en oogbouten;
- hijsjukken, hijsbalken, hijsklemmen, steenklemmen en vacuümheffers;
- hef- en heftafels, hefbruggen en kantelinrichtingen;
- hijsogen en aanslagpunten die vast op een last of een element zitten;
- lastbegrenzers en andere onderdelen die de veilige werklast bewaken.
De rode draad: alles wat tussen het hefwerktuig en de last zit, hoort in je register. Juist de kleine onderdelen verdwijnen uit beeld, omdat ze goedkoop zijn, los in een kist liggen en tussen projecten meereizen zonder dat iemand ze mist.
Wie mag keuren
De regelgeving spreekt over een deskundig persoon. Dat mag iemand van je eigen bedrijf zijn, mits die persoon de kennis, de middelen en de ruimte heeft om zelfstandig te oordelen. In veel installatie- en bouwbedrijven kiest men bewust voor een externe keurende instantie, om drie redenen.
- De keurder houdt de normen en de afkeurcriteria bij, ook als het jaar druk is.
- De uitkomst is onafhankelijk, wat prettig praat richting opdrachtgever en verzekeraar.
- Je krijgt rapporten in een vaste vorm, wat je administratie eenvoudig houdt.
Kies je voor eigen mensen, leg dan vast wie je hebt aangewezen, op grond van welke opleiding of ervaring, en wat die persoon wel en niet mag beoordelen. Die aanwijzing hoort in hetzelfde dossier als de keuringen zelf. Dat is dezelfde gedachte als bij het bijhouden van diploma's, waarover de checklist voor het certificaatbeheer van je ploeg een aantal harde controlepunten geeft.
Wat er in de registratie hoort
De keuring is het werk, de registratie is het bewijs. Zonder registratie kun je een jaar later niet aantonen dat het middel op dat moment in orde was. Houd per stuk gereedschap de volgende gegevens bij.
| Gegeven | Waarom het ertoe doet |
|---|---|
| Uniek nummer op het middel | Koppelt de sticker, het rapport en de agenda aan hetzelfde voorwerp |
| Werklastgrens en type | Bepaalt of het middel geschikt is voor de last die eraan hangt |
| Datum van de laatste keuring | Beginpunt van de termijn |
| Einddatum van de geldigheid | Het getal waarop je plant en waarschuwt |
| Uitslag en opmerkingen | Laat zien of het middel vrij inzetbaar is of met beperkingen |
| Naam van de keurder | Maakt navraag mogelijk en toont de deskundigheid aan |
| Standplaats en verantwoordelijke | Zorgt dat het middel op de keuringsdag ook echt beschikbaar is |
| Het rapport als bestand | Is het eigenlijke bewijsstuk bij vragen of een ongeval |
Bewaar de rapporten zolang het middel in gebruik is en daarna nog een ruime periode, want vragen over een gebrek komen zelden op dezelfde dag. De aankoopfacturen van je materieel vallen sowieso onder de fiscale bewaarplicht van zeven jaar, dus het scheelt als beide stukken in hetzelfde dossier terechtkomen.
De bewijslast bij toezicht en na een ongeval
Het toezicht op arbeidsomstandigheden ligt bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Komt er een inspecteur op je project, dan is de vraag zelden filosofisch. Hij pakt een hijsband, leest het nummer en vraagt om de bijbehorende keuring.
Op dat moment telt maar één ding: hoe snel je het rapport bij dat nummer kunt tonen. Een map in de keet werkt zolang de map compleet is en de juiste versie bevat. Een gedeelde schijf met een map per jaar werkt tot iemand een bestand hernoemt. Een register waarin het rapport aan het nummer hangt, werkt ook op een regenachtige maandag met een telefoon in je hand.
Als er wel iets gebeurt
Na een incident verschuift de aandacht van de keuring naar de keten eromheen. Was het middel gekeurd, was de uitslag verwerkt, wist de gebruiker van eventuele beperkingen en is er iets gedaan met eerdere opmerkingen. Een register dat alleen einddatums bijhoudt maar geen opmerkingen, laat je op dat punt in de steek.
Een keuring bewijst niets zolang niemand kan laten zien welk voorwerp is gekeurd. Het unieke nummer is daarom belangrijker dan het rapport zelf.
Vaker keuren dan eenmaal per jaar: wanneer
Er zijn situaties waarin je de termijn verkort of tussentijds opnieuw laat keuren, ook al is het jaar nog niet om.
- na een overbelasting, een val van de last of een aanrijding;
- na een reparatie of een aanpassing aan het middel;
- na langdurige opslag onder ongunstige omstandigheden;
- bij gebruik in een agressieve omgeving, bijvoorbeeld met hitte, zout of chemicaliën;
- als een eerdere keuring opmerkingen opleverde die om een tussentijdse controle vragen;
- als de opdrachtgever of de projectvoorwaarden een kortere termijn eisen.
Leg die afwijkende termijn vast bij het middel zelf, niet in een losse mail. Anders valt het middel na een jaar weer terug op de standaardtermijn en is de verkorting stilletjes verdwenen.
Ingehuurd materieel en onderaannemers
Huur je een takel of een hijsjuk, dan blijft de verantwoordelijkheid voor veilig werken bij jou als werkgever van de mensen die ermee werken. Vraag daarom bij aflevering om het keuringsbewijs en leg dat vast bij het project, met de einddatum erbij. Loopt de huurperiode langer door dan die datum, dan is dat een afspraak die je vooraf maakt en niet achteraf ontdekt.
Voor onderaannemers geldt dezelfde logica. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor hun materieel, maar op jouw project sta jij voor de vraag of alles wat er hangt, in orde is. Een korte poortcontrole met een lijst per bedrijf voorkomt discussie op de steiger. Hoe zo'n ochtend verloopt en waar het misgaat als niemand de datums bewaakt, staat uitgewerkt in een geschetste poortcontrole op de bouwplaats.
Van de regel naar een werkbare planning
De jaarlijkse termijn is eenvoudig, de uitvoering niet. Het materieel is verspreid, de keuringen vallen door elkaar heen en het bewijs moet altijd binnen handbereik zijn. Drie praktische keuzes maken het verschil.
- Nummer alles voordat je iets invoert. Een register zonder unieke nummers wordt binnen een jaar onbruikbaar.
- Zet elektrisch en mechanisch in dezelfde agenda. De inspectie van elektrische arbeidsmiddelen volgens NEN 3140 heeft een andere ritmiek, maar dezelfde planningslogica. Twee agenda's betekent twee kansen om iets te missen.
- Waarschuw ruim vooruit. Een melding op de einddatum dwingt je tot een spoedkeuring. Een melding weken vooraf laat je de keuring plannen op een moment dat het materieel toch stilligt.
Conclusie: de regel is simpel, het bijhouden is het werk
Hijs- en hefgereedschap moet ten minste eenmaal per jaar worden gekeurd, en vaker als je gebruik daarom vraagt. De regel kost je geen moeite. Het bijhouden van honderden nummers, einddatums, uitslagen en rapporten kost die moeite wel, zeker als het materieel over projecten en bussen verspreid is.
Daarvoor is de termijnbewaking van Keuringswacht gebouwd: elk middel met zijn eigen nummer, einddatum, verantwoordelijke en rapport, met een waarschuwing die vroeg genoeg komt om de keuring in te plannen in plaats van te forceren. Wil je zien hoe je bestand er in zo'n register uitziet, beschrijf je situatie dan via het contactformulier. Je aanvraag komt terecht bij Jimenez Julien, die Keuringswacht zelf ontwikkelt, en je hebt binnen twee werkdagen antwoord.